Zoek op de website
‘Groningen is net een dorp met alle faciliteiten en voordelen van een stad’

‘Groningen is net een dorp met alle faciliteiten en voordelen van een stad’

Ondernemen

14-04-16

‘Groningen? Dat is eigenlijk een dorp, maar dan wel met alle voordelen en faciliteiten van een grote stad’, zegt Gerard Kremer. En Kremer kan het weten: de geboren en getogen Groninger is voorzitter van MKB Noord, lid van de SER Noord Nederland, aandeelhouder en commissaris van NL Investeert, gebiedsregisseur bij de provincie Groningen én hij is tien jaar lang zelf ondernemer geweest, als CEO van De Vrijbuiter in Roden.

Een klein dorp dus, maar met de voordelen van een grote stad? ‘In zekere zin is Groningen dat inderdaad. In vergelijking met het Westen van het land is grond hier enorm goedkoop. Voor het bedrag dat je in de Randstad neertelt voor een paar vierkante meter, heb je hier een enorme lap grond. Dat betekent goedkoop wonen, maar ook voor bedrijven is het daarmee aantrekkelijk om zich in Groningen te vestigen.’

Ook typisch voor Groningen - én erg gunstig voor ondernemers - zijn de korte lijnen met politici, ondernemersverenigingen en organisaties als de SER. ‘Ons kent ons. Partijen weten elkaar doorgaans snel te vinden. Politici zijn doorgaans makkelijk benaderbaar’, weet Kremer uit zijn tijd dat hij nog aan het hoofd van De Vrijbuiter stond. ‘Een probleem? Eén telefoontje en het was geregeld. Dat is het mooie van die relatief lage bevolkingsdichtheid: in Groningen – of het je het nu hebt over de stad of over de regio – ben je nooit een van de vele.’

Met zijn jarenlange ervaringen kan Kremer zich nog altijd verbazen over de hardnekkige vooroordelen over Groningen. ‘Met name over Oost-Groningen hangt een zweem van negativiteit’, zegt Kremer, die door de provincie is aangesteld als gebiedsregisseur in dit gebied. Onterecht, bezweert hij. ‘Met welke Oost-Groningse ondernemer je ook praat: stuk voor stuk zijn ze blij dat ze juist in dit gebied mogen ondernemen.’ Volgens de MKB-voorzitter heeft dat grotendeels te maken met de mentaliteit van de inwoners. ‘Die zijn enorm gemotiveerd. Wanneer ze ervoor kiezen om voor een bepaald bedrijf te werken, gaan ze er ook écht voor. ’s Avonds onverwacht overwerken? In veel andere delen van het land zal het morrend gebeuren. In Oost-Groningen niet: daar gebeurt het gewoon. Zonder mokken.’

Ook over de stad Groningen heersen er nog teveel onterechte vooroordelen, zo is de ervaring van Kremer. ‘Mensen hebben het idee dat je in Groningen zo ongeveer van de wereld afdondert. Om vervolgens te vergeten dat de stad een enorm hoogopgeleid en jonge bevolking heeft. Kijk eens naar de wereldberoemde Rijksuniversiteit en de Hanzehogeschool, die is opgenomen in de internationale top 25 van beste hogescholen. Beide onderwijsinstellingen leveren topkwaliteit en daarmee zeer gekwalificeerd en goed opgeleid personeel.’ En dat niet alleen, gaat Kremer verder. ‘De aanwezigheid van beide kennisinstellingen heeft er ook voor gezorgd dat Groningen zo ongeveer dé startup stad van Nederland is.’

Tegelijkertijd ontwikkelt Groningen zich, als gevolg van de aardbevingen in het gebied, tot innovatieve proeftuin. ‘Hoe ellendig die aardbevingen ook zijn, ze hebben er wel voor gezorgd dat Groningen voorop loopt als het gaat om bijvoorbeeld levensloopbestendig bouwen, duurzaamheid en energie. Ook een circulaire economie is één van de speerpunten: afval wordt waar mogelijk weer ingezet als grondstof.’

Over innovaties gesproken: VNO NCW Noord heeft volgens Kremer eind april een landelijke primeur met de oprichting van ‘the innovation board’. Tot nu toe waren het de drie noordelijke provincies en de vier grootste noordelijke gemeenten die rapporten maakten over de beoogde sociaal economische ontwikkelingen in de regio. Het Noorden is nu de eerste regio van het land waar de overheid deze taak bij ondernemers heeft neergelegd’, aldus de voorzitter van MKB Noord. ‘Niet de overheid, maar de ondernemers zijn nu leading in het ontwikkelen van plannen en manieren om de sociaal economische situatie te verbeteren. Er wordt dus niet meer óver de ondernemers gerapporteerd; vanaf 22 april doen ze dat zelf. En dat is uniek.’